ECLI:NL:CRVB:2012:BY4291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste uitvoering medeterugvordering kosten bijstand na vernietiging besluit
In deze zaak stond de bevoegdheid van het college tot medeterugvordering van kosten van ten onrechte verleende bijstand centraal. De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 27 mei 2009 het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van die uitspraak.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant gedeeltelijk werd gehonoreerd, maar de medeterugvordering van kosten over de perioden van 1 juli 2001 tot en met 30 juli 2004 en van 3 augustus 2004 tot en met 31 augustus 2006 werd bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat het college het eerdere besluit integraal had moeten herzien en dat nieuwe feiten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat de uitspraak van 27 mei 2009 kracht van gewijsde heeft gekregen voor de medeterugvordering over genoemde perioden, omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld. Hierdoor was het college bevoegd om de medeterugvordering uit te voeren zoals in het bestreden besluit. De door appellant aangevoerde gronden konden daarom niet slagen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat het college bevoegd was tot medeterugvordering en verklaart het hoger beroep ongegrond.