ECLI:NL:CRVB:2012:BY4591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing smartengeldverzoek wegens PTSS als beroepsziekte bevestigd
Betrokkene, werkzaam als wijkagent sinds 1995, kreeg in 2001 en 2003 psychische klachten, later vastgesteld als PTSS, na ingrijpende gebeurtenissen. Hij vroeg smartengeld aan op grond van artikel 54a van het Barp, maar dit werd afgewezen omdat PTSS niet in de regeling voor dienstongevallen staat.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van een beroepsziekte en dat betrokkene recht heeft op smartengeld, waarna appellant werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid trad en dat geen sprake was van een beroepsziekte, maar de Raad verwierp deze bezwaren.
De Raad stelde vast dat appellant in 2006 al een aanvullende uitkering had toegekend wegens beroepsziekte, waarmee de juridische kwalificatie was gegeven. Betrokkene lijdt nog steeds aan PTSS en heeft recht op smartengeld. De Raad bevestigde het vonnis, legde een termijn op voor het nieuwe besluit en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om smartengeld wordt bevestigd en appellant krijgt een termijn opgelegd voor een nieuw besluit.