ECLI:NL:CRVB:2012:BY5022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Betrokkenen, gehuwd sinds 1997 met drie kinderen, ontvingen bijstand volgens de norm voor een gezin tot 2005. Na het verlaten van de echtelijke woning door betrokkene B. ontving hij bijstand als alleenstaande ouder. Een onderzoek van de gemeente wees uit dat betrokkenen in de periode 2006-2009 niet duurzaam gescheiden leefden, mede omdat betrokkene B. regelmatig in de woning van betrokkene A. verbleef en zij als gezin met de kinderen werden gezien.
Het college herzag de bijstand en vorderde terugbetaling wegens onjuiste opgave van de leefsituatie. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, omdat onvoldoende bewijs was voor het niet duurzaam gescheiden leven in een deel van de periode. Het hoger beroep richtte zich op deze beoordeling.
De Raad bevestigde dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten elk een eigen leven leiden alsof ze niet gehuwd zijn, en dat dit door ten minste één van hen als bestendig moet worden bedoeld. Uit verklaringen van buurtbewoners, politieonderzoek en de aanwezigheid van betrokkene B. in de woning van betrokkene A. bleek dat zij niet duurzaam gescheiden leefden.
De Raad verwierp het verweer dat samenwoning ontbrak en oordeelde dat de bijstand terecht was herzien en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.