ECLI:NL:CRVB:2012:BY5204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over bezwaar- en beroepsmogelijkheid tegen procedurebesluit CIZ inzake AWBZ-aanvraag
Appellante diende op 9 september 2010 een aanvraag in bij het CIZ voor zorg op grond van de AWBZ. Het CIZ stuurde op 10 september 2010 een brief waarin werd meegedeeld dat het aanvraagformulier niet was ondertekend en verzocht dit alsnog te doen. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het CIZ verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief volgens hen geen besluit was in de zin van de Awb.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de brief wel een besluit is als bedoeld in artikel 6:3 Awb Pro, maar dat dit besluit appellante niet los van het hoofdbesluit rechtstreeks in haar belang treft en daarom niet vatbaar is voor bezwaar of beroep.
Appellante stelde dat het besluit wel rechtsgevolgen heeft omdat de aanvraag niet in behandeling werd genomen zonder ondertekening, en dat zij daardoor rechtstreeks in haar belang werd getroffen. De Raad overwoog dat de brief een besluit is dat de procedure ter voorbereiding van het hoofdbesluit betreft, maar dat appellante daardoor niet los van het hoofdbesluit rechtstreeks wordt getroffen.
De Raad verwees naar relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie en concludeerde dat de brief niet vatbaar is voor bezwaar of beroep. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het besluit van 10 september 2010 niet vatbaar is voor bezwaar of beroep.