ECLI:NL:CRVB:2012:BY5340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens niet voldoen aan weken-eis tijdens non-actiefstelling
Betrokkene was sinds 28 februari 2003 werkzaam als nachtportier en werd per 1 juli 2009 op non-actief gesteld, waarbij loon werd doorbetaald tot 1 januari 2010. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst vroeg betrokkene een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan de eis van minimaal 26 gewerkte weken in de 36 weken voorafgaand aan werkloosheid.
De rechtbank oordeelde dat de loonbetalingen tijdens de non-actiefstelling gelijkgesteld moesten worden aan gewerkte weken, waardoor betrokkene aan de weken-eis zou voldoen. De Raad stelde echter vast dat de loonbetalingen niet aan alle weken waren toegerekend en dat alleen daadwerkelijk betaalde weken als gewerkte weken konden worden beschouwd.
De Raad concludeerde dat betrokkene in de referteperiode slechts in een beperkt aantal weken loon had ontvangen en dat de gelijkstelling van niet-gewerkte weken met gewerkte weken niet van toepassing was. Daarom was er geen recht op WW-uitkering vanaf 4 januari 2010. Het hoger beroep van de uitvoeringsinstantie werd gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de weken-eis voor recht op WW-uitkering.