ECLI:NL:CRVB:2012:BY5927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Appellant was sinds 1 september 2006 in dienst als elektromonteur en meldde zich ziek met klachten gerelateerd aan een auto-ongeluk. De bedrijfsarts stelde hem geschikt om vier uur per dag te werken. Ondanks een waarschuwing van de werkgever dat hij geen werkzaamheden mocht verrichten in zijn eigen klusbedrijf, heeft appellant op 17 september 2008 schilderwerkzaamheden uitgevoerd, wat leidde tot ontslag op staande voet.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid omdat hij zijn verplichtingen niet was nagekomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellant voerde aan dat hij op medisch advies handelde en dat het schilderwerk ontspannend was, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant een dringende reden vormden in de zin van artikel 7:678 BW Pro, en dat het niet melden van de werkzaamheden aan de bedrijfsarts verwijtbaar was. Hierdoor was de weigering van de WW-uitkering terecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.