ECLI:NL:CRVB:2012:BY6185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering ondanks verzoek IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar een WGA-uitkering toe te kennen in plaats van een IVA-uitkering. Het geschil betreft de vraag of haar arbeidsongeschiktheid volledig en duurzaam is in de zin van de Wet WIA.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel heroverwogen. Uit medische rapporten, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts en behandelaars, blijkt dat er op de peildatum reële behandelmogelijkheden waren en dat een redelijke verwachting bestond dat de belastbaarheid zou verbeteren.
Appellante heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd dat haar klachten niet behandelbaar zijn of dat verbetering niet mogelijk is. Hoewel zij fysieke klachten zoals artrose en een knieprothese aanvoert, betreffen deze geen onherstelbare situatie op de relevante datum.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank Breda en oordeelt dat het UWV terecht een WGA-uitkering heeft toegekend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, maar het UWV zal appellante een vergoeding van €1.000,- betalen wegens de duur van de procedure.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WGA-uitkering en wijst het verzoek tot IVA-uitkering af wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.