ECLI:NL:CRVB:2012:BY6392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling intrekking en afwijzing bijstandsaanvragen wegens zorgbehoefte
Appellant had vanaf oktober 2005 bijstand ontvangen als alleenstaande met toeslag, woonachtig bij zijn broer. Het college trok de bijstand in meerdere besluiten in vanwege twijfel over de feitelijke woonsituatie en het ontbreken van een zorgbehoefte zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de WWB.
Appellant voerde aan dat hij zorgbehoefte had, onderbouwd met een brief van zijn psychiater en de stelling dat zijn broer voor hem zorgde. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de afwijzingen en intrekkingen ongegrond. In hoger beroep vernietigde de Raad de uitspraak over het besluit van 21 augustus 2008 en verklaarde het beroep gegrond, herroepte het besluit van 1 april 2008 en bevestigde de afwijzing van latere aanvragen.
De Raad oordeelde dat de enkele stelling van zorg en de brief onvoldoende waren om zorgbehoefte aan te nemen. Het college was bevoegd de bijstand per 27 maart 2008 in te trekken. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het college werd veroordeeld in de kosten van appellant. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen op 17 december 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijstand wegens zorgbehoefte wordt gegrond verklaard, de intrekking per 27 maart 2008 bevestigd, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.