ECLI:NL:CRVB:2012:BY6579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag wegens onvolledige gegevensverstrekking
Appellant heeft op 3 mei 2010 een aanvraag om bijstand ingediend bij het UWV werkbedrijf. Tijdens de intake gaf hij aan geen vast adres te hebben. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft appellant verzocht om onder meer bankafschriften en schriftelijke verklaringen over zijn verblijfplaatsen te overleggen, met de waarschuwing dat bij niet-tijdige of onvolledige aanlevering de aanvraag niet in behandeling zou worden genomen.
Appellant heeft niet volledig aan dit verzoek voldaan, waardoor het college de aanvraag op 31 mei 2010 buiten behandeling stelde. Het bezwaar hiertegen werd bij besluit van 6 september 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:5 Awb Pro de aanvraag mag weigeren als de benodigde gegevens ontbreken, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad deze aan te vullen. De gevraagde bankafschriften en verklaringen zijn essentieel voor de beoordeling van de bijstandsaanvraag. Appellant kon niet aantonen dat hij niet tijdig over deze gegevens kon beschikken. Zijn gebrek aan een vast adres ontslaat hem niet van de verplichting om zijn verblijfplaatsen te melden.
De Raad ziet geen reden om het college te verwijten dat het besluit tot buiten behandeling stellen niet redelijk was en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende gegevensverstrekking.