ECLI:NL:CRVB:2012:BY6583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering langdurigheidstoeslag wegens inkomen boven bijstandsnorm
Appellante ontving bijstand en vroeg in maart 2010 een langdurigheidstoeslag aan. Het college wees dit af omdat zij in een deel van de referteperiode een inkomen had dat hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Raad overwoog dat volgens de geldende regelgeving onder laag inkomen moet worden verstaan een inkomen dat niet hoger is dan de bijstandsnorm. Het college hoefde geen rekening te houden met een vrij te laten bedrag boven de bijstandsnorm. Hoewel appellante stelde in moeilijke financiële omstandigheden te verkeren, kon dit geen aanleiding zijn om af te wijken van de wettelijke criteria.
De Raad concludeerde dat appellante gedurende een deel van de referteperiode een inkomen boven de bijstandsnorm had en dat het college terecht de aanvraag voor langdurigheidstoeslag had geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de langdurigheidstoeslag omdat appellante gedurende de referteperiode een inkomen boven de bijstandsnorm had.