ECLI:NL:CRVB:2012:BY6646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 3 oktober 2007. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen trok deze bijstand met terugwerkende kracht in per 18 februari 2010 en vorderde de kosten terug over de periode van 3 oktober 2007 tot en met 30 november 2009, vanwege overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat een deel van het tegoed op de spaarrekening van appellante toebehoort aan haar broer en zus, waardoor het vermogen onder de vermogensgrens zou blijven. De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat het tegoed niet tot hun vermogen behoort. De verklaringen van broer en zus werden niet ondersteund door objectieve gegevens en de wisselende verklaringen van appellante ondermijnden de geloofwaardigheid.
De Raad concludeerde dat het tegoed op de spaarrekening gedurende de gehele periode tot het vermogen van appellanten moet worden gerekend en dat zij redelijkerwijs over dat tegoed konden beschikken. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.