ECLI:NL:CRVB:2012:BY7872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen bij gezamenlijke huishouding en hulpbehoevendheid niet gerechtvaardigd na pensioengerechtigde leeftijd
Betrokkene 1 en betrokkene 2 voerden een gezamenlijke huishouding vanwege de hulpbehoevendheid van betrokkene 1. De Sociale Verzekeringsbank (appellant) herzag hun AOW-pensioenen van alleenstaande naar gezamenlijke huishouding, omdat betrokkene 2 bij aanvang jonger was dan 65 jaar. De rechtbank vernietigde deze besluiten en oordeelde dat het onderscheid tussen hulpbehoevende pensioengerechtigden en niet-pensioengerechtigden geen objectieve rechtvaardiging heeft vanaf het moment dat de jongste partner pensioengerechtigd is.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderscheid gerechtvaardigd is vanwege beleidsmatige en uitvoeringsmatige redenen, waaronder complexiteit en kosten. De Minister voegde toe dat de voorgestelde uitleg ongelijke behandeling met gehuwden zou veroorzaken. De Raad concludeerde dat het onderscheid naar leeftijd weliswaar een ruime beoordelingsvrijheid kent, maar dat er geen voldoende objectieve rechtvaardiging bestaat om het onderscheid na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd te handhaven.
De Raad bevestigde dat artikel 17, tweede lid, van de AOW in samenhang met artikel 14 EVRM Pro aldus moet worden uitgelegd dat het ook van toepassing is op personen die al voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de jongste partner een gezamenlijke huishouding voeren en aan de overige voorwaarden voldoen. Omdat partijen niet in geschil zijn dat aan deze voorwaarden is voldaan, bestaat geen grond voor herziening van de pensioenen. De bestreden besluiten worden vernietigd en de eerdere herzieningen worden herroepen.
Uitkomst: De herziening van de AOW-pensioenen wordt vernietigd en de eerdere herzieningen worden herroepen wegens gebrek aan objectieve rechtvaardiging van het leeftijdscriterium.