ECLI:NL:CRVB:2013:2991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding zonder recht op ongehuwdenpensioen
Appellante ontving vanaf 1 januari 2004 AOW-pensioen als ongehuwde. Na melding van samenwoning met V. en onderzoek heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen herzien naar gehuwdenpensioen vanaf 1995, met terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en een eenmalige uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding op basis van objectieve criteria, waaronder gedeelde huishoudkosten en wederzijdse zorg. Appellante was niet hulpbehoevend in de zin van de wet, waardoor geen uitzondering op herziening van toepassing was.
Appellante had de gezamenlijke huishouding niet gemeld, wat een schending van de wettelijke inlichtingenplicht vormt. Het buitenwettelijk, begunstigend beleid van de Svb is consistent toegepast. De Raad bevestigt daarom de terugvordering en herziening van het pensioen, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde AOW-pensioen en wijst het hoger beroep af.