ECLI:NL:CRVB:2013:1048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en oplegging boete wegens niet opgegeven directe uren
Appellant ontving vanaf november 2004 een WW-uitkering gebaseerd op een arbeidsurenverlies van 38 uur per week. In 2008 bleek uit een bestandsvergelijking dat appellant zelfstandigenaftrek claimde, waarna het UWV onderzoek instelde. Dit leidde tot herziening van de uitkering en terugvordering van € 13.297,88, evenals een boete van € 1.331 wegens overtreding van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan onjuist te zijn voorgelicht over de urenopgave, maar het UWV handhaafde de besluiten. De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit deels omdat niet duidelijk was dat ook indirecte uren opgegeven moesten worden. Na advies van de Bezwaaradviescommissie ZZP herzag het UWV het besluit, stelde de terugvordering vast op € 5.146,54 en verlaagde de boete naar € 517.
Appellant stelde in hoger beroep dat uren voor het ophalen en afleveren van zwembaden indirect waren en niet opgegeven hoefden te worden. De Raad oordeelde dat deze uren directe uren zijn, omdat ze met het oog op inkomsten werden gemaakt en niet als woon-werkverkeer gelden. De boete werd als proportioneel beoordeeld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WW-uitkering en de boete wegens het niet opgeven van directe uren.