ECLI:NL:CRVB:2013:1065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Minister over studiefinanciering en OV-reisrecht na beëindiging studie
Appellante had vanaf september 2010 geen recht op studiefinanciering en reisrecht. De Minister had een vordering opgelegd voor de OV-kaart over de periode september 2010 tot en met februari 2011, welke door de rechtbank Amsterdam werd gehandhaafd.
Appellante voerde aan dat zij haar OV-chipkaart nooit had ontvangen of geactiveerd en dat zij een tijdelijke kaart had gekregen ter vervanging van een defecte OV-chipkaart met foto. De Raad stelde vast dat de OV-chipkaart met foto op 6 april 2010 was geactiveerd en op 21 februari 2011 was gedeactiveerd. Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij de kaart niet had ontvangen of geactiveerd, noch dat zij een tijdelijke kaart had ontvangen die de defecte kaart verving.
De Raad concludeerde dat het niet tijdig beëindigen van het reisrecht aan appellante kan worden toegerekend en dat het hoger beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van de Minister wordt bevestigd.