ECLI:NL:CRVB:2013:1152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving van 1 april 2002 tot 1 april 2007 een WW-uitkering, berekend op basis van een volledig arbeidsurenverlies. Uit een bestandsvergelijking met de Belastingdienst bleek dat appellant zelfstandigenaftrek genoot, wat leidde tot een onderzoek door het UWV. Het UWV concludeerde dat appellant gedurende de uitkeringsperiode gemiddeld 21,8 uur per week als zelfstandige werkte, waardoor hij geen recht had op een volledige WW-uitkering. De uitkering werd daarom herzien en teruggevorderd.
Appellant stelde dat hij slechts zes uur per week als zelfstandige werkte en dat hij niet adequaat was geïnformeerd door het UWV over de gevolgen van zijn werkzaamheden voor de uitkering. Hij voerde aan dat hij geen opmerkingen kreeg over zijn werkbriefjes en vertrouwde erop dat deze correct waren ingevuld. Het UWV wees het verzoek om herziening af, omdat appellant tijdens de uitkeringsperiode geen melding had gemaakt van zijn zelfstandige werkzaamheden, ondanks duidelijke vragen op de werkbriefjes.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de oorspronkelijke besluiten onherroepelijk waren en dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank een te beperkte toetsingsmaatstaf had gehanteerd en dat de herbeoordeling volgens de Handleiding van maart 2010 moest plaatsvinden.
De Raad stelde vast dat appellant gedurende de gehele uitkeringsperiode geen melding had gemaakt van zijn zelfstandige werkzaamheden op de werkbriefjes, ondanks de duidelijke vragen. Het feit dat het UWV niet reageerde op de werkbriefjes gaf appellant geen recht op vertrouwen dat deze correct waren ingevuld. De afwijzing van het verzoek om herziening was daarmee in overeenstemming met de Handleiding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat de WW-uitkering terecht was herzien en teruggevorderd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WW-uitkering terecht is herzien en teruggevorderd wegens het niet melden van zelfstandige werkzaamheden.