Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was van 6 november 2006 tot 1 november 2011 in dienst bij een werkgever en trad op 1 november 2011 in dienst bij een andere werkgever, waar hij tijdens de proeftijd op 10 november 2011 werd ontslagen. Hij vroeg op 11 november 2011 een WW-uitkering aan, maar het UWV wees deze af omdat de werkloosheid volgens hen pas op 1 december 2011 was ingetreden, rekening houdend met de opzegtermijn van twee maanden van de eerste werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het recht op doorbetaling van loon uit de eerdere dienstbetrekking van invloed was op het arbeidsurenverlies per 11 november 2011 en daarmee op het recht op WW-uitkering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door het feitelijk arbeidsurenverlies op 11 november 2011 al voldeed aan de voorwaarden voor werkloosheid.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en verwijst naar vaste rechtspraak, waaronder een uitspraak van 28 mei 2003. De Raad concludeert dat appellant terecht pas per 1 december 2011 voldeed aan alle voorwaarden voor werkloosheid en bevestigt daarmee het bestreden besluit. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Werkloosheid is pas per 1 december 2011 ingetreden, WW-uitkering vanaf 11 november 2011 is terecht geweigerd.