Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijk rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant werd geconfronteerd met terugvordering van in de periode februari tot augustus 2006 ontvangen WW- en TW-uitkeringen ter hoogte van €8.740,30. Het Uwv verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze terugvordering ongegrond, wat in rechte vaststaat. Later verklaarde het Uwv bezwaar tegen twee brieven van december 2011 niet-ontvankelijk omdat deze geen zelfstandige besluiten met rechtsgevolg vormden.
De rechtbank oordeelde dat deze brieven niet op rechtsgevolg waren gericht, vernietigde het eerste besluit wegens schending van hoor en wederhoor, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of de rechtbank dit terecht deed. Appellant voerde verjaring aan, maar bracht geen nieuwe gronden in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verwierp het beroep. Een vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. De uitspraak bevestigt de terugvordering ondanks procedurele tekortkomingen in het besluitvormingsproces.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.