Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd opgeroepen om bankafschriften over een bepaalde periode te overleggen. Zij verscheen wel op het kantoor van de afdeling werk en inkomen, maar leverde niet alle gevraagde documenten aan. Het college schortte daarop het recht op bijstand op en gaf een hersteltermijn om de ontbrekende stukken alsnog te overleggen.
Appellante voldeed niet binnen die termijn, waarna het college de bijstand introk met ingang van 2 september 2010. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de hersteltermijn te kort was, mede omdat er een weekend viel en zij een bewindvoerder had die vertraging veroorzaakte.
De Raad oordeelde dat de hersteltermijn niet te kort was, mede omdat appellante al bij de oproepbrief op de hoogte was van de verplichting en zij op de datum van de oproep wist dat niet alle stukken waren ingeleverd. Ook het feit dat zij een bewindvoerder had, rechtvaardigde geen verlenging. Appellante had bovendien geen verzoek tot verlenging ingediend. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand per 2 september 2010 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 2 september 2010 wordt bevestigd wegens het niet tijdig aanleveren van bankafschriften binnen de gestelde hersteltermijn.