Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1986 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van informatie over zijn schrijversactiviteiten en de exploitatie van een online boekwinkel, stelde de gemeente Rotterdam een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellant sinds 2006 bijna vijfduizend boeken te koop aanbood en inkomsten genoot uit in- en verkoop, zonder deze inkomsten te melden op de daarvoor bestemde formulieren.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok daarom bij besluiten van 9 november 2010 de bijstand met ingang van 1 december 2006 in en vorderde de kosten van bijstand terug tot een bedrag van €49.351,40. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door zijn inkomsten uit de verkoopactiviteiten niet te melden, ondanks dat het hem redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat deze van invloed waren op zijn recht op bijstand. Het door appellant overgelegde overzicht van inkomsten en uitgaven was onvoldoende onderbouwd met objectieve gegevens. Hierdoor kon het college niet vaststellen of appellant recht had op bijstand over de betreffende periode.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.