ECLI:NL:CRVB:2013:1202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand van november 2006 tot augustus 2009. Na een onderzoek door het college, op basis van een bestandsvergelijking en diverse inlichtingen, bleek dat appellant een onderneming had ingeschreven en een bankrekening bezat waarover hij het college niet had geïnformeerd. Hierdoor werd de inlichtingenverplichting geschonden.
Het college trok de bijstand over de gehele periode in en vorderde het bedrag van €32.880,10 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij alsnog alle relevante informatie had verstrekt, waaronder betaalbewijzen, belastingaanslagen en bankafschriften, en dat hij daarom recht had op bijstand.
De Raad oordeelde dat appellant niet volledig had voldaan aan zijn inlichtingenplicht, met name doordat hij de bankafschriften over 2006 en 2007 niet had overgelegd en niet duidelijk was hoeveel inkomsten hij uit de onderneming had genoten. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De Raad bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.