ECLI:NL:CRVB:2013:1341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf september 2003 een WW-uitkering en gaf op werkbriefjes beperkte uren op die hij werkte in een café, zonder melding te maken van zelfstandige werkzaamheden. Na onderzoek door het UWV bleek dat appellant veel meer uren werkte als zelfstandige dan opgegeven, wat leidde tot intrekking van de uitkering en terugvordering van teveel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door zijn zelfstandige werkzaamheden niet te melden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn verklaring over het aantal uren onjuist was en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant aan zijn verklaring mocht worden gehouden, ook al was deze hoog. Het beroep op onvoldoende voorlichting faalde omdat appellant geen melding maakte van zelfstandige werkzaamheden. De Raad bevestigde dat de intrekking en terugvordering terecht waren en dat het beleid uit de ZZP-handleiding correct was toegepast.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 augustus 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.