Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 15 oktober 2012 ongegrond;
- veroordeelt het Uwv tot betaling aan appellant van een schadevergoeding ten bedrage van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig service-engineer, vroeg heropening van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid door aangezichtspijn en psychische klachten. Na diverse medische onderzoeken en rapportages, waaronder van verzekeringsartsen en psychologen, concludeerde het UWV dat er geen toegenomen beperkingen waren die een heropening rechtvaardigden. De rechtbank Amsterdam vernietigde een eerdere afwijzing en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Het UWV stelde uiteindelijk een gedeeltelijke WAO-uitkering toe met ingang van 7 juni 2007, conform de wettelijke bepalingen. Appellant voerde aan dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd niet geschikt waren en dat de uitkering eerder moest ingaan. Tevens stelde hij dat de redelijke termijn voor besluitvorming was overschreden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beperkingen als gevolg van agorafobie, obesitas en ADD niet meer in geschil waren en dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan naar de aangezichtspijn. De functies waren medisch geschikt bevonden en het beroep op een onafhankelijk onderzoek en richtlijn chronische aangezichtspijn werd afgewezen. De ingangsdatum van de uitkering was correct vastgesteld en er was geen sprake van een bijzonder geval voor eerdere toekenning.
Ten aanzien van de redelijke termijn oordeelde de Raad dat de procedure van vier jaar en vijf maanden de redelijke termijn met ongeveer vijf maanden had overschreden, welke overschrijding volledig aan het UWV kon worden toegerekend. Er was geen aanleiding voor een hogere vergoeding dan €500. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af, maar veroordeelde het UWV tot betaling van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 15 oktober 2012 wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.