ECLI:NL:CRVB:2013:1394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens overschrijding vermogensgrens door mede-eigendom woning en winkel-woonhuis
Appellanten vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college wees de aanvraag af vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Appellanten zijn mede-eigenaar van een eengezinswoning en een winkel-woonhuis. Zij stelden dat zij niet beschikken over hun aandeel omdat de woning bestemd was voor de ouders en verkoop zonder hun toestemming niet mogelijk is.
De Raad oordeelt dat de motieven van mede-eigendom en het feit dat ouders de woning bewonen niet verhinderen dat appellant redelijkerwijs over zijn aandeel kan beschikken. Appellanten hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij serieuze pogingen tot verkoop hebben gedaan. Ook het winkel-woonhuis stond weliswaar te koop, maar het verschil tussen vraagprijs en taxatiewaarde maakt dit geen serieuze poging.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak over onverdeelde nalatenschappen die niet vergelijkbaar is met deze situatie. Gezien het ontbreken van bewijs van redelijke beschikking over het vermogen, wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellanten redelijkerwijs kunnen beschikken over hun aandeel in woning en winkel-woonhuis.