ECLI:NL:CRVB:2013:1430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening intrekking nabestaandenuitkering wegens niet-gelegaliseerd huwelijk
Verzoekster heeft verzocht om herziening van een onherroepelijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 april 2001, waarin de intrekking van haar nabestaandenuitkering op grond van het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk werd bevestigd.
Zij stelde dat de huwelijksakte van 27 december 1993 niet gelegaliseerd was en dat volgens vaste jurisprudentie en beleid van de Sociale verzekeringsbank (Svb) een niet-gelegaliseerde huwelijksakte geen bewijskracht heeft. Verzoekster voerde aan dat de Svb in strijd met rechtsregels en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens handelde door de uitkering op basis van deze akte in te trekken.
De Raad overwoog dat herziening slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het verzoek strekte tot heropening van een discussie over reeds besliste rechtsvragen, wat niet mogelijk is via herziening.
Daarom wees de Raad het verzoek af en oordeelde dat geen proceskostenveroordeling nodig was. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries op 16 augustus 2013.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.