ECLI:NL:GHDHA:2021:1594
Gerechtshof Den Haag
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek inzake fiscale vaststellingsovereenkomst en pensioenbelasting
Verzoeker heeft voor de jaren 2010 tot en met 2014 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen, welke na bezwaar en beroep door de Rechtbank en het Hof zijn bevestigd. Verzoeker verzocht herziening van de uitspraak van het Hof van 9 juli 2019, stellende dat de fiscale behandeling van het EPO-pensioen onjuist was en dat artikel 45 VWEU Pro niet was toegepast.
Het Hof oordeelde dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die voorheen onbekend waren en tot een andere uitspraak zouden leiden. De aangevoerde gronden betroffen een nieuwe juridische stelling en een reeds eerder aangevoerde feitelijke stelling, welke niet voldoen aan de voorwaarden voor herziening.
Het bewijsaanbod van verzoeker werd afgewezen wegens gebrek aan concretisering. Het Hof bevestigde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is en dat verzoeker middels ondertekening afstand heeft gedaan van rechtsmiddelen met betrekking tot de fiscale onderwerpen in de overeenkomst.
Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof wijst het verzoek om herziening af wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.