Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het college aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 115,-
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college herzag de bijstand over bepaalde periodes en nam op 22 juni 2011 een besluit. Appellant maakte hiertegen bezwaar per e-mail op 8 augustus 2011 en diende op 10 augustus 2011 het schriftelijk bezwaarschrift in. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar te laat en niet volgens de voorgeschreven elektronische weg was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en stelde dat appellant de elektronische indieningsweg niet correct had gevolgd. In hoger beroep stelde appellant dat hij het bezwaar tijdig per e-mail had ingediend aan de consulent van de gemeente en dat het college hem niet correct had geïnformeerd over de elektronische indieningsmogelijkheden.
De Raad oordeelde dat het college de elektronische indieningsweg niet kenbaar had gemaakt en dat het bezwaar per e-mail binnen de termijn was ontvangen. Het college had appellant een herstelmogelijkheid moeten bieden, wat niet is gebeurd. Appellant had het verzuim vervolgens uit eigen beweging hersteld door het schriftelijk bezwaarschrift in te dienen. Daarom was het besluit tot niet-ontvankelijkheid onterecht en moest het worden vernietigd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en bepaalde dat het college binnen zes weken een inhoudelijke beslissing op het bezwaar moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het college heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en moet binnen zes weken een inhoudelijke beslissing nemen.