ECLI:NL:CRVB:2013:1509
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
De erven van betrokkene hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de voormalige Raadskamer WUV. Na het overlijden van betrokkene hebben zij het beroep voortgezet. De Centrale Raad van Beroep heeft in een eerdere uitspraak vastgesteld dat het beroep niet binnen de redelijke termijn van twee jaar was afgerond en dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden.
De Staat erkende een overschrijding van vijf maanden en stemde in met een vergoeding van €500 als compensatie. Verzoekers stelden dat de procedure sinds 2002 liep en dat dit meegewogen moest worden, maar de Raad oordeelde dat alleen de rechterlijke fase van de nieuwe procedure na het ambtshalve genomen besluit van 2010 relevant is voor de vergoeding.
De Raad concludeerde dat de overschrijding van vijf maanden een vergoeding van €500 rechtvaardigt en wees proceskosten af omdat geen kosten waren aangetoond. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 augustus 2013.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.