ECLI:NL:CRVB:2013:1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap op moment van aanvraag
Appellante diende op 6 augustus 2010 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat appellante op haar zeventiende verjaardag geen ingezetene was van Nederland, zoals vereist volgens artikel 1:2 van Pro de Wet Wajong. De rechtbank Utrecht bevestigde dit besluit en oordeelde dat appellante toen woonde op Curaçao en niet in Nederland.
In hoger beroep stelde appellante dat het begrip ingezetene niet te beperkt mocht worden uitgelegd en dat het onderscheid tussen Europees en overzees Nederland discriminerend was. De Raad oordeelde echter dat appellante geen feiten had gesteld die een zodanige band met Nederland aantonen dat zij als ingezetene kan worden beschouwd. De Raad bevestigde dat het begrip ingezetene betrekking heeft op het Nederlandse grondgebied op het Europese continent.
De Raad concludeerde dat geen sprake is van discriminatie omdat iedereen die niet in Nederland woont gelijk wordt behandeld. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante op het moment van aanvraag geen ingezetene van Nederland was.