ECLI:NL:CRVB:2013:1581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens ontbreken deugdelijke motivering voorschot WW-uitkering
Appellante, voormalig bedrijfsadministrateur, werd ontslagen wegens verduistering en werkweigering. Het UWV weigerde een voorschot op haar WW-uitkering omdat zij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door een dringende reden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd door haar eigen oordeel over het ontslagbesluit leidend te achten in plaats van de verwachting die het UWV kon hebben ten tijde van het bestreden besluit. Het besluit van het UWV mist een deugdelijke motivering en voldoet niet aan de eisen van artikel 7:12 Awb Pro.
Verder stelt de Raad vast dat er geen sprake was van een subjectieve dringende reden voor ontslag, mede vanwege het lange tijdsverloop tussen de aangifte, schorsing en het ontslagbesluit. Hierdoor kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand blijven. De Raad draagt het UWV op het besluit binnen zes weken te herstellen, waarbij ook de vaststelling van het recht op WW-uitkering betrokken moet worden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om het voorschot op de WW-uitkering te weigeren wordt vernietigd wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering en onjuiste toetsingsmaatstaf.