ECLI:NL:CRVB:2013:1675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand over meerdere perioden als alleenstaande ouder. De vader van haar zoon heeft gedurende deze periodes regelmatig bedragen gestort op de bankrekeningen van appellante en haar zoon en betaalde namens appellante rekeningen aan derden. Het bestuur herzag de bijstand en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug, omdat appellante deze middelen niet had gemeld, wat een schending van haar inlichtingenverplichting opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de herziening en terugvordering. In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege schulden niet over de middelen kon beschikken en geen invloed had op de betalingen door de vader. Tevens voerde zij aan dat het bestuur onvoldoende rekening hield met haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal en dat op humane gronden terugvordering had moeten worden afgezien.
De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs over de gestorte bedragen kon beschikken en dat ook de namens haar betaalde rekeningen als middelen moesten worden beschouwd. De taalbeheersing van appellante en het bestuur's zorgplicht konden niet leiden tot het oordeel dat de inlichtingenverplichting niet was geschonden. Het bestuur handelde conform het beleid omtrent terugvordering en er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.