ECLI:NL:CRVB:2013:1676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellante vroeg bijstand aan en gaf een adres op als hoofdverblijf. Tijdens een huisbezoek constateerde het bestuur dat er nauwelijks persoonlijke bezittingen aanwezig waren en dat gas en elektra niet waren aangesloten, wat leidde tot twijfel over het daadwerkelijke verblijf van appellante op dat adres.
Het bestuur wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk op het opgegeven adres verbleef.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar hoofdverblijf op dat adres had, mede gelet op de bevindingen tijdens het huisbezoek en haar eigen verklaringen dat zij weinig in de woning verbleef en elders verbleef. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 september 2013.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres.