ECLI:NL:CRVB:2013:1832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende informatie over financiële situatie
Appellant, veroordeeld voor drugstransport en gedetineerd in Duitsland, diende samen met zijn echtgenote een aanvraag bijstand in op 5 januari 2010. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant onvoldoende informatie verstrekte over zijn inkomsten en levensonderhoud in de periode voorafgaand aan de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid op appellant rust en dat hij met objectieve en verifieerbare gegevens moest aantonen hoe hij in de noodzakelijke kosten van bestaan had voorzien. Hoewel appellant bankafschriften overhandigde, waren de huishoudelijke uitgaven opvallend laag, wat het college aanleiding gaf te twijfelen aan de rechtmatigheid van het recht op bijstand.
Appellant voerde aan dat hij zuinig leefde, contant geld van familie ontving, hulp kreeg van de moskee en goederen op rekening kocht, maar kon dit niet aannemelijk maken. Hierdoor bleef onduidelijkheid bestaan over zijn financiële situatie. De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wegens niet-verleende bijstand werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende informatie over de financiële situatie van appellant.