ECLI:NL:CRVB:2013:1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf september 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst over niet opgegeven bankrekeningen bij ABN-AMRO startte het college een onderzoek. Uit het onderzoek bleek dat appellanten grote bedragen van deze rekeningen hadden opgenomen zonder dit aan het college te melden.
Het college trok de bijstand per 1 september 2008 in en vorderde de gemaakte kosten terug. Appellanten maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep erkenden appellanten de schending van de inlichtingenverplichting en het ontbreken van recht op bijstand tot 21 juli 2009, maar stelden dat vanaf die datum wel recht bestond.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken over de gehele periode tot het intrekkingsbesluit, omdat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij recht hadden op bijstand. De verklaring dat geld was geschonken aan familie in Irak werd niet ondersteund door controleerbare gegevens. Het feit dat het college later weer bijstand verleende, betekent niet dat het eerdere besluit onjuist was. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.