ECLI:NL:CRVB:2013:1914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde handelsactiviteiten
Betrokkenen ontvingen sinds 1985 bijstand op grond van de WWB. Het college stelde na onderzoek vast dat betrokkene handelsactiviteiten verrichtte die niet waren gemeld, wat leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 24 januari 2006 en terugvordering van €61.738,98.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond, vernietigde het besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen, waarbij het recht op bijstand werd herzien over bepaalde maanden. Het college stelde zich tegen deze uitspraak op en voerde aan dat het beroep niet-ontvankelijk was en dat de intrekking terecht was.
De Raad oordeelt dat het beroep ontvankelijk is en bevestigt dat de handelsactiviteiten van doorlopende aard waren en niet hobbymatig. Betrokkenen hebben de bewijslast niet kunnen voldoen om aan te tonen dat zij recht hadden op bijstand. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en vernietigt het nadere besluit van het college.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.