ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek deelname vrijwillige AOW-verzekering wegens ontbreken concrete beroepsgrond
Appellant, woonachtig in Marokko en ontvanger van een WAO-uitkering, verzocht op 4 april 2007 om deelname aan de vrijwillige verzekering voor een ouderdomspensioen op grond van de AOW en ANW. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant zich niet binnen een jaar na het einde van de verplichte verzekering had aangemeld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar gaf geen concrete gronden voor zijn beroep aan, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om deze alsnog in te dienen. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat een beroepschrift volgens de Awb ten minste concrete gronden moet bevatten. Hoewel de motivering niet hoog hoeft te zijn, ontbraken in dit geval de concrete beroepsgronden volledig. Omdat appellant ook na meerdere verzoeken geen gronden aanvoerde, bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Een veroordeling in proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete beroepsgronden.