ECLI:NL:CRVB:2013:1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij bijstandsontheffing
Appellant en zijn echtgenote ontvangen sinds 1995 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verleende bij besluit van 17 februari 2011, gehandhaafd bij besluit van 14 juni 2011, gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen aan de echtgenote van appellant.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de zitting verklaarde de gemachtigde van appellant dat er geen procesbelang meer bestaat bij het hoger beroep.
De Raad toetste het procesbelang aan de vaste rechtspraak en concludeerde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 oktober 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.