Uitspraak
30 november 2011, 11/5735 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam als senior juridisch medewerker belastingen bij de gemeente Rijswijk, werd ontslagen wegens het buitensporig raadplegen van niet-functiegebonden gegevens uit het Kadaster en de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Het college stelde dat dit plichtsverzuim ernstig en toerekenbaar was, waarna betrokkene werd geschorst en ontslagen met onmiddellijke ingang.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en oordeelde dat het ontslag gerechtvaardigd was. Betrokkene voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak en stelde onder meer dat het college eerst had moeten onderzoeken of de gedragingen hem konden worden toegerekend en dat de opgelegde straf buitenproportioneel was.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was, mede gelet op het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een psychische stoornis die het handelen beïnvloedde. Ook werd het standpunt dat de straf disproportioneel was verworpen vanwege de omvang en ernst van het misbruik van gemeentelijke gegevens. Het hoger beroep van betrokkene werd verworpen en het hoger beroep van het college behoeft geen bespreking meer.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college tot ontslag. Tevens werd geoordeeld dat de nadere beslissing op bezwaar slechts een aanvulling van de motivering betrof en geen nieuw besluit was.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag wegens ernstig en toerekenbaar plichtsverzuim wordt bevestigd.