ECLI:NL:CRVB:2013:2032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende compensatie huishoudelijke hulp door afrondingssystematiek in Wmo-besluit
Appellante had recht op 4,5 uur hulp bij het huishouden, maar het college kende slechts 3,5 uur toe op basis van medische adviezen en beleidsregels die minuten afronden naar halve of hele uren. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Raad stelt vast dat de afrondingssystematiek ertoe leidt dat noodzakelijke minuten huishoudelijke hulp niet volledig worden toegekend, waardoor een deel van de beperkingen ongecompenseerd blijft.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 4, eerste lid, van de Wmo. De medische adviezen zijn niet tegenstrijdig en het college mocht de extra slaapkamers als niet-essentiële woonruimten beschouwen. De Raad draagt het college op het besluit binnen zes weken te herstellen en een nieuwe beslissing te nemen die de noodzakelijke 3 uur en 44 minuten huishoudelijke hulp adequaat compenseert.
Deze uitspraak benadrukt dat een voorziening huishoudelijke hulp volledig moet compenseren wat noodzakelijk is voor zelfredzaamheid, en dat afrondingsregels niet mogen leiden tot onvoldoende compensatie. De Raad kan niet zelf voorzien in de zaak en laat de wijze van herziening aan het college over, mits ten gunste van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat de toegekende huishoudelijke hulp onvoldoende is om de beperkingen van appellante te compenseren.