ECLI:NL:CRVB:2013:2071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over loongerelateerde WGA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35-80%
Appellante was voorheen secretaresse en meldde zich arbeidsongeschikt met psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 39,95% en kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Na bezwaar verhoogde het UWV de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid naar 49,95% met een bijbehorende vervolguitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig waren uitgevoerd. De rechtbank verwierp ook het standpunt dat toelating tot de WSW recht zou geven op een hogere uitkering.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over de medische onderbouwing en haar belastbaarheid, aangevoerd door haar psychotherapeut. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe feiten waren die het eerdere oordeel konden wijzigen en dat de functies passend waren gelet op de medische beperkingen en arbeidskundige rapportage.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.