ECLI:NL:CRVB:2013:2075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen per 27 december 2010, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe medische gegevens ingebracht die twijfel zouden kunnen zaaien over de vastgestelde beperkingen. De Raad volgde de rechtbank en vond geen aanleiding voor een aanvullend psychiatrisch onderzoek. De verzekeringsartsen hadden de psychische klachten van appellante beoordeeld en rekening gehouden met de informatie van haar behandelend psychiater en huisarts.
Op basis van de beschikbare gegevens en rapporten was het voldoende onderbouwd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd geschikt waren voor appellante. De mate van arbeidsongeschiktheid werd terecht vastgesteld op minder dan 35%, waardoor het beroep van appellante werd afgewezen en de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.