ECLI:NL:CRVB:2013:2090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontbreken dienstbetrekking op 6 november 1991
Appellant verzocht het UWV om ziekengeld met ingang van 6 november 1991, maar dit werd geweigerd omdat hij niet verzekerd was voor de Ziektewet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant op die datum niet in dienstbetrekking was en geen uitkering ontving op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet of Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt met verwijzing naar salarisafrekeningen en fiscale documenten uit 1991 en 1992, stellende dat deze gegevens onvoldoende zijn meegewogen. De Raad voor de Rechtspraak sloot zich echter aan bij de rechtbank en oordeelde dat de door appellant aangevoerde stukken geen voldoende aanknopingspunten bieden voor het aannemen van een dienstbetrekking op de datum in geschil.
De Raad benadrukte dat volgens vaste rechtspraak het risico van het niet volledig kunnen reconstrueren van situaties in het verleden bij appellant blijft, zeker bij late melding. Het hoger beroep werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van schade op grond van artikel 8:73 Awb Pro afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om ziekengeld wordt geweigerd wegens het ontbreken van een dienstbetrekking op 6 november 1991.