ECLI:NL:CRVB:2013:2160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die zich ziek meldde met psychische klachten, vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid op 31,7% vast en wees de aanvraag af omdat dit onder de 35% grens ligt. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV stelden vast dat appellante passende functies kon vervullen, rekening houdend met het risico op terugval.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat werkhervatting een reëel gevaar voor decompensatie vormde. Zij verwees naar medische rapporten en de latere toekenning van een WIA-uitkering per 17 maart 2011. De rechtbank en de Raad onderschreven het zorgvuldige medisch onderzoek en oordeelden dat de beperkingen per datum van het bestreden besluit juist waren vastgesteld.
De Raad concludeert dat de medische gegevens en rapporten geen aanleiding geven het oordeel van het UWV te verwerpen. De toekenning van een WIA-uitkering op een latere datum volgt uit een gewijzigde gezondheidstoestand na de datum van het bestreden besluit. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.