ECLI:NL:CRVB:2013:2175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WW-uitkering en afwijzing herleving ondanks detentie in buitenland
Appellant ontving een WW-uitkering en meldde een vakantieverblijf in Marokko van 8 tot 28 februari 2010. Later bleek dat hij vanaf 8 februari 2010 tot medio november 2010 in het buitenland verbleef, deels in detentie. Het UWV stelde de uitkering per 1 maart 2010 stop en vorderde terugbetaling van ten onrechte betaalde uitkeringen. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet tijdig melden van het verblijf.
Appellant maakte bezwaar tegen het niet herleven van zijn recht op uitkering en tegen de boete, met het argument van overmacht vanwege detentie en medische omstandigheden van zijn vrouw. De rechtbank wees het beroep af, stellende dat het Handvest van de grondrechten van de EU niet van toepassing was en dat artikel 21, derde lid, WW een dwingendrechtelijke bepaling is.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn beroep op het Handvest en overmacht. De Raad oordeelde dat appellant geen EU-onderdaan is en onvoldoende feiten heeft gesteld die het Unierecht doen toepassen. De Raad bevestigde dat het niet relevant is of appellant verwijt treft voor het langer verblijf in het buitenland. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering en wijst het beroep op herleving en schadevergoeding af.