ECLI:NL:CRVB:2013:2212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV inzake haar WAO-uitkering. Na een tussenuitspraak heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en de uitkering herzien, waarna appellante het hoger beroep introk. Zij verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en om proceskostenvergoeding.
De Raad beoordeelde de duur van de gehele procedure, die bijna negen jaar bedroeg, en concludeerde dat zowel het UWV als de rechterlijke instanties in de eerste fase de redelijke termijn hadden overschreden. De tweede rechterlijke fase bleef binnen de termijn. De Raad besloot de procedure te heropenen om de schadevergoeding nader te behandelen en stelde de Staat der Nederlanden als partij aan.
Uiteindelijk veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling en tot betaling van proceskosten aan appellante. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning op 25 oktober 2013.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.