ECLI:NL:CRVB:2013:2246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij vanaf mei 2010
Appellant ontvangt sinds 2004 bijstand op grond van de WWB. De gemeente Breda heeft het recht op bijstand over de periode van 10 mei 2010 tot en met 26 oktober 2010 ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd wegens het aantreffen van een hennepkwekerij op het adres van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de aanvangsdatum van de hennepkwekerij ten onrechte was vastgesteld op 10 mei 2010, omdat er volgens hem niet voldoende bewijs was voor twee oogsten voorafgaand aan de ontmanteling op 26 oktober 2010.
De Raad oordeelde dat de verbalisant op basis van zijn ervaring en diverse indicatoren, zoals stofafzetting, vervuiling van filters, kalkaanslag en meststofverbruik, terecht heeft vastgesteld dat er minimaal twee oogsten zijn geweest. Appellant kon geen concrete tegenbewijsstukken aandragen. Ook het beroep op eerdere jurisprudentie en vakantieperiodes kon de Raad niet overtuigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De maatregel tot verlaging van de bijstand in mei 2011 werd niet afzonderlijk besproken wegens gebrek aan zelfstandige gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie van een hennepkwekerij vanaf 10 mei 2010 wordt bevestigd.