ECLI:NL:CRVB:2013:2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam in een wasserette, vroeg een WIA-uitkering aan wegens buik-, rug- en hoofdpijnklachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden deze beoordeling na hoorzitting en dossieronderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de beperkingen en het opleidingsniveau correct waren vastgesteld en dat appellante de geselecteerde functies kon verrichten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische problematiek, dat het medisch onderzoek niet actueel was, haar opleidingsniveau te hoog was ingeschat en dat bepaalde functies niet geschikt waren vanwege haar klachten.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek actueel was, dat de bezwaarverzekeringsarts terecht geen aanvullend onderzoek verrichtte, en dat de psychische problematiek voldoende was meegewogen. Het opleidingsniveau was juist vastgesteld en de functies waren passend, ook met haar matige beheersing van het Nederlands. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.