ECLI:NL:CRVB:2013:2282
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering WIA-uitkering bij cochleair implantaat en geluidsbelasting
Appellante, die een cochleair implantaat op haar vrijwel dove rechteroor heeft, werd door het UWV per 25 juni 2009 geweigerd voor een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat voldoende rekening was gehouden met haar gehoorproblemen.
In hoger beroep stelde appellante dat de beperkingen ten aanzien van geluidsbelasting onvoldoende waren verwerkt, met name dat zij aangewezen is op een geluidsarme werkomgeving. Medische deskundigen werden benoemd: KNO-arts Cremers concludeerde dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met de noodzaak van een geluidsarme werkomgeving, terwijl endocrinoloog Wolffenbuttel geen aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) noodzakelijk achtte.
De Raad oordeelde dat bij het opstellen van de FML rekening moet worden gehouden met het ingeschakelde cochleair implantaat, wat betekent dat appellante een geluidsarme werkomgeving nodig heeft. Het UWV had onvoldoende gemotiveerd waarom zij geen recht zou hebben op een WIA-uitkering. De Raad droeg het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij de beperkingen adequaat worden verwerkt.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de beperkingen van appellante met een cochleair implantaat.