ECLI:NL:CRVB:2013:2406
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn door UWV en Staat
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die zijn beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond verklaarde. De Raad vernietigde deze uitspraak en heropende het onderzoek met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad constateerde dat de procedure vanaf ontvangst van het bezwaarschrift tot de uitspraak van de rechtbank meer dan vier jaar en bijna vijf maanden duurde, wat de redelijke termijn van twee jaar ruimschoots overschrijdt. Een deel van de vertraging werd toegerekend aan het UWV vanwege een ondeugdelijke medische grondslag, en ook de rechtbank had een langere dan gerechtvaardigde behandelingsduur.
Namens de Staat werd een vergoeding van €500,- voorgesteld, en het UWV stelde een vergoeding van €1.000,- voor, welke werd gehalveerd vanwege gedeeltelijke toerekening aan verzoeker. Verzoeker stemde hiermee in. De Raad veroordeelde de Staat en het UWV elk tot een schadevergoeding van €500,- en tot betaling van de helft van de proceskosten van verzoeker, begroot op €472,-.
Uitkomst: De Staat en het UWV zijn elk veroordeeld tot betaling van €500,- immateriële schadevergoeding en de helft van de proceskosten aan verzoeker.