ECLI:NL:CRVB:2013:2497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellante ontving vanaf januari 2008 een WW-uitkering die in november 2008 werd beëindigd wegens werkhervatting. Uit een belastingcontrole bleek dat zij in 2008 zelfstandigenaftrek had genoten, wat leidde tot een onderzoek door het UWV naar de rechtmatigheid van de uitkering. Het UWV herzag de uitkering met terugwerkende kracht vanaf februari 2008 en vorderde een bedrag van €12.335,60 terug. Tevens legde het UWV een boete van €1.240,- op wegens het niet melden van werkzaamheden als zelfstandige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij geen inkomsten had uit haar zelfstandige werkzaamheden en dat het onredelijk was om haar uitkering te korten. Ook stelde zij dat het UWV onterecht geen rekening hield met haar culturele achtergrond en dat de beperking van 40 uur per week in strijd was met het EVRM.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door haar zelfstandige werkzaamheden niet te melden, ongeacht het ontbreken van inkomsten. De wettelijke bepalingen schrijven dwingend voor dat het UWV de uitkering herziet op basis van het aantal gewerkte uren. De Raad verwierp het beroep op het EVRM en de culturele achtergrond. De opgelegde boete werd als evenredig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WW-uitkering en de opgelegde boete worden bevestigd.